‘Zalig de armen van geest….’
Wanneer je Jezus’ Bergrede leest, niet enkel met de ogen van je hoofd maar vooral met de ogen van je ziel, dan ga je vermoeden wat het hárt van ons geloof is: dat wij zelf, als volgelingen van Hem, levender wijs het licht der wereld moeten zijn; dat je daarvoor vooral géén létterknecht moet zijn, maar vanuit je hárt naar Góds bedoelingen met jou en de andere mensen zoeken moet; dat je zó je leven moet gaan leven dat je volmaakt bent zoals God, jouw hemelse Vader, dat is; dat je vanuit díe grondhouding zal gaan bidden en ónbezorgd durft gaan leven op de manier zoals de vogeltjes dat doen, vol vertrouwen op God die voor jou zorgt; hoe je daarom moet omgaan met geld en goed, en dat je vóór al het andere dat je in en met je leven zoekt, zoekt naar God, naar Gods dómein in je leven van alledag. Lees vandaag die Bergrede ’ns na, ze staat in Mattheus 5, 13 t/m 7, 29.
Als opmaat naar de Bergrede geeft Jezus ons zijn acht Zaligsprekingen. Het zijn acht aanwijzingen hoe je léven moet om echt voor de woorden van de Bergrede open te gaan. Ze zijn de kortste samenvatting van Jezus’ lévenservaring: zo heeft Hij zelf het leven ervaren, heel concreet, en door zó te leven kreeg het visioen van de Bergrede in Hem vorm en vond Hij er de woorden voor. Wanneer wíj ons die acht aanwijzingen echt eígen maken, dan gaan we dus delen in Jezus’ levenservaring, gaan we naar óns mensenleven zien met zíjn ogen, wordt zíjn levenservaring ook de onze, meer en meer, en levender wijs gaat dan de weídsheid van de Bergrede voor ons open. Acht Zaligsprekingen, acht woorden van Jezus over het échte levensgeluk, acht aanwijzingen die steeds beginnen met ‘Je bent pas echt zalig, een gelukkig mens als je…’ Acht manieren van leven om dichter bij de lévenservaring van Jezus te komen en als vanzelf het in ons leven verbórgen domein van Gód binnen te gaan, net zoals dat met Jezus is gegaan. Ik sta met u even stil bij deze acht woorden van Jezus die een ínkijk geven in zíjn levenservaring en levensstijl, acht manieren om met Hem de weg te vinden naar het wáre mensengeluk.
‘Zalig ben je als je arm van geest bent.’ Je bent pas écht een gelukkig mens als je je een árm mens weet, als je vanuit het diepst van je ziel wéét er ernaar lééft dat níets er exclusief voor jóu of ván jou is. Want laat ons eerlijk zijn: als u of ik doodgaat, dan krijgt alles wat wij ‘hebben’ gewoon een andere bestemming: het wordt verdeeld of naar de stort gebracht. Je wordt dan zo arm als God zelf, God die niets ‘heeft,’ God die enkel en alleen gévende liefde is die naar anderen uitgaat. Begin er dus mee om al zó te gaan leven.
Want díe armoede zal jou zachtmoedig maken, arm aan eigenliefde, onthecht en sterk tegelijk, open naar anderen, luisterbereid. Ze maakt jou, zei Ignatius van Loyola ooit, ‘onverschillig’: het maakt jou niet uit wát jou overkomt omdat je met alles dát jou overkomt wilt omgaan met Gods eigen liefde-om-niet. Wanneer je van bínnenuit zó naar buíten leeft, dan ga je dus steeds meer open voor Gods liefde die eruít moet, naar anderen. Dan word je gevoeliger voor die anderen, durf je je te laten raken door hún leed, hún verdriet, hún treurigheid. Precies dáárdoor word je een echt gelúkkig mens, een mens die zichzelf niet genoeg is.
Daarom ben je pas echt gelukkig als je het aandurft om net zo arm als God mee te lijden met het lijden van andere mensen, zélf te lijden aan hún lijden. Net zoals Jezus dat ons heeft voorgeleefd op zíjn levensweg naar het rijk van God: hoe Hij werd ontdaan van alles wat Hij ‘had’ en ‘voorstelde’ en zó het bééld werd van de liefde-om-niet van God, Jezus’ lévenservaring. Laat jouw hárt dus uitgaan naar de kleinen, de losers, de eenzamen, de vernederden en vertrapten, de mensen van niks, de slachtoffers.
Wees daarom zuiver van hart. Wat is een zuiver hart? Jouw hart is zuiver als je het niet besmet met het kwáád dat je doet, maar het ook niet belast met het góede dat je doet: wees dus geen toeschouwer van jezelf, niet dubbelhartig, kijk niet voortdurend naar jouw eigen spiegelbeeld.
OP die manier word je een bewerker van vrede, levend met een ínnerlijke vrede die éffectief naar buiten reikt. Innerlijk een héél mens die zich uiterlijk ontworstelt aan álle tegenstellingen tussen mensen, tegenstellingen zoals progressief/conservatief, eigen mensen/vreemden, links/rechts. Een mens die er gelúkkig van wordt als álle mensen als broeders en zusters van één en dezelfde Vader in de hemel gaan leven.
Dat was Jezus’ eigen levenservaring, en voor díe levenservaring moet je álles overhebben. Díe levenswijze zal jou écht gelukkig maken, niet met het gemakkelijk geluk dat voor het grijpen ligt en ons in de Sterreclame door de strot wordt gewurgd, maar met dat heel diepe geluk dat alleen God die liefde is jou geven kan.
Acht woorden van Jezus, acht manieren om mens-van-God te zijn. Geen leer, geen katechismuswaarheden, neen, Jezus’ eigen lévenservaring. En als ook jij zó gaat leven, dan kijk je als het ware al bij Gód naar binnen, dan gééf je je zoals God zich geeft, dan word je zíjn licht in een donkere wereld en een duistere tijd, dan geef je Gods smaak aan jouw en andermans leven van vlees en bloed.
Lees daarom nog eens op uw gemak die Zaligsprekingen van Jezus én de Bergrede die erop volgt, om het goed te weten: ons gelóóf is geen lijst van geloofswaarheden, voorschriften en voorgeschreven gewoontes. Neen, Jezus geeft ons zíjn levenservaring door, in de hoop dat óók wij zullen gaan leven zoals Híj, gewoon het leven van álledag, mét de mensen met wie je het leven deelt en tússen die mensen in, thuis, met je kinderen, je partner, je buren, je familie en jouw politieke partij: dáár een mens-van-God zijn, op aarde zoals in de hemel. Dát is het hárt van ons geloof. Bidden dat wij, ook wij, zulke gelúkkige mensen mogen worden en zijn. Amen
André Zegveld