Leven is: leren luisteren

Luisteren is een groot en vaak zeldzaam goed, écht luisteren, welteverstaan. Je moet als het ware één groot oor voor worden om te kunnen horen wat mensen jou uiteindelijk te zeggen hebben.

Leven is: leren luisteren

luisteren
Luisteren begint al voor je geboren bent. Al voor je geboorte werd er op je gewacht, werden er al namen en naampjes gegeven aan ‘iets’ in de moederschoot dat bij lange na nog geen ‘iemand’ was. Zo wordt een mens zichzelf: door zich toe te eigenen wat anderen over hem zeggen. Je eigennaam is de naam die je van een ander hebt gekregen. Pas in de ontmoeting met een ander mens word je geschapen en kom je tot leven. Leven begint daarom met luisteren: wie je bent of zijn zal, wordt mede bepaald door wat je van en over je hoort uit andermans mond. Daarom kunnen mensen, ook al zijn ze lichamelijk gaaf en gezond, in de meest letterlijke zin van het woord worden doodgezwegen.

Maar luisteren betekent: leren vertrouwen, aanvaarden dat je jezelf niet genoeg bent, dat je niet zelf de oorsprong bent van je ‘eigen’ leven, dat je leeft uit andermans hart en hand, en dat je het dus ook ‘hebben’ moet van een ander. In die zin maak je deel uit van anderen. Ja, bij jou wonen andere mensen in, uit heden en verleden. Datzelfde geldt uiteraard ook voor de anderen. Zo maakt ieder mens deel uit van een soort oneindig gesprek. In dat gesprek zoeken mensen met elkaar naar een woord, een naam, een reden van bestaan. Ze zoeken een éérste woord, een woord vóór alle mensenwoorden, een woord dat echt hun oorsprong is, een woord van God. Want ‘God’ is het woord waarmee we het onuitsprekelijke verlangen naar leven uitzeggen, het verlangen dat leeft op de bodem van ons hart en dat we door alle woorden heen zoeken. Dát woord mogen horen, het woord waardoor je echt leeft, is de drijfveer van elke ontmoeting.

Je moet daarvoor wel zélf open durven gaan, open naar jezelf en open naar de ander. Je kunt niet open zijn voor een ander als je niet open bent voor jezelf. Luisteren is daarom heel belangrijk, met héél je persoon luisteren, luisteren dus ook naar je lichaam en naar de lichaamstaal van anderen, luisteren naar het verborgen verlangen dat ‘achter’ of ‘onder’ alle woorden ligt, zodat je iets kunt horen van het geheim dat ieder mens is.

Echt luisteren houdt daarom in dat je ‘achter’ de woorden voeling hebt met wat er echt in jezelf en een ander omgaat. Pas wanneer je tot in je eigen hart wordt geraakt en tot in je eigen binnenste hoort, pas wanneer je dat durft, ben je in staat echt naar een ander te luisteren. Want dat is luisteren: de ander bij jezelf binnen laten, zodat je kunt horen wat mensen eigenlijk in hun leven zoeken, ‘achter’ alle gepraat, geklets, borrelpraat en beleefde conversatie.

wat zoeken mensen?
Wat zoeken mensen? Mensen zoeken allereerst vertrouwen, de ervaring van zich begrepen en aanvaard weten. Mensen zoeken vrijheid, de ervaring niet ‘iets’ maar echt ‘iemand’ te zijn, iemand die geen verlengstuk is van de behoeften, de zorgen en verlangens van anderen, maar als doel in zich wordt beschouwd. En mensen zoeken inzicht, omdat ze willen weten wie ze zijn, waarom ze er zijn en met het oog waarop ze er zijn.

Vertrouwen, vrijheid en inzicht: deze drie hangen altijd samen, ze horen bij elkaar. Eén ervan verliezen of ontkennen, is alles verliezen en ontkennen. Vertrouwen zónder vrijheid is of maakt infantiel. Vertrouwen zonder inzicht is naïef. Vrijheid zonder inzicht maakt een mens onbetrouwbaar en gevaarlijk. Vrijheid zonder vertrouwen maakt een mens eenzaam. Inzicht zonder vrijheid dient nergens toe, is steriel en zinloos. Inzicht, vrijheid en vertrouwen gaan altijd samen, het zijn ‘de grote drie’, zegt de apostel Paulus: geloof, hoop en liefde. Het zijn de drie menselijke oerervaringen en oerhoudingen waarin God zelf merkbaar wordt. De grootste van de drie is het vertrouwen, de liefde.

Wat zoeken mensen? Mensen zijn kwetsbaar, angstig over hun persoonlijke bestemming, eenzaam. Ze zijn op zoek naar woorden, woorden die uitzeggen waarom ze er zijn, woorden die hun leven beamen. Door al hun spreken heen zoeken ze naar wie ze waarlijk zijn, zélf, onvervangbaar, samen met anderen. Ze zijn op zoek naar een alles omvattend vertrouwen, naar een vrijheid die écht vrij maakt, naar inzicht in hun leven. Ze zijn op zoek naar God. Ze hebben daar andere mensen bij nodig, mensen die naar hen weten te luisteren en die hen helpen de goede woorden te vinden voor wat ze zoeken. Alleen door naar anderen te luisteren, kunnen we op een menselijke manier zelf ooit voor anderen een woord van God worden. Zó’n gesprek noemen we ‘kerk’.

André Zegveld