‘Vuur ben ik op aarde komen brengen.’ (Lk 12: 49)

‘Ik kan niet anders’.

‘Vuur ben ik op aarde komen brengen.’ (Lk 12: 49)

‘Vuur ben ik op aarde komen brengen.’ Wow! Dat klinkt flink confronterend. We zijn niet gewend Jezus zo uitdagend te horen spreken. In onze verbeelding krijgt het beeld van een Jezus als een aardige, onschadelijke wonderdoener vaak de overhand. Maar dan vergeten we wel zijn confrontatie met Petrus! Een zijn heilige woede op het tempelplein.

‘Vuur ben ik op aarde komen brengen!’ Vuur! Dat roept allerlei beelden op. Denk maar eens aan de natuurbranden waar we regelmatig van horen. Vuur vernietigt, verteert. Vuur verspreidt zich, vuur verlicht, vuur verwarmt. Vuur zuivert ook en vuur versmelt, verbindt. In Afrika wordt stelselmatig bos, savanne in de fik gestoken. Dat maakt nieuwe groei en verjonging mogelijk.
Vuur, een zegen en een vloek.

Maar Jezus spreekt hier over een heel andere orde. Dat is het innerlijke vuur dat een mens bezielt. Het is de passie die Jezus heeft voor zijn missie. Het vuur dat Jezus komt brengen, zal door de tegenstand die het ontmoet, de mensen in twee groepen splitsen. Jezus roept niet op tot verdeeldheid. Hij roept op om het Rijk van God te verkiezen boven elk ander engagement, zelfs wanneer dit tot gevolg heeft dat dit verdeeldheid zaait in de relaties die mensen kennen.

Zelf wegschenkende liefde geprojecteerd op de wereld
zoals wij die hebben ingericht
wordt uit de weg geruimd.
We kunnen daar niet tegen’. (niet uitstaan). (McCabe)

Passie, vuur.
De profeet Jeremiah was een gepassioneerd mens, gedreven door een innerlijk vuur, dat een mens, met knikkende knieën, doet gehoorzamen aan een innerlijke stem. Een stem die zegt: ‘Ik kan niet anders’.

Heer, u hebt mij verleid, en ik ben bezweken,
u was te sterk voor mij en hebt mij in uw greep gekregen. (…)
Als ik denk: Ik wil hem niet meer noemen,
niet meer spreken in zijn naam,
dan laait er in mijn hart een vuur op,
dan brandt het in mijn gebeente.
Ik doe moeite om het in bedwang te houden,
maar ik kan het niet’. (Jer. 20:7-9, nbv)

Mensen, gepassioneerd, gedreven door een heilig innerlijk vuur. Dat herkennen we ook in onze tijd. Ik noem enkele inspirerende voorbeelden: De monniken van Tibhirine in Algerije. Zij hebben hun leven gegeven voor een betere verstandhouding tussen moslims en christenen. Titus Brandsma uit onze eigencontreien. Alexei Navalny in Rusland. Een moedige stem die de waarheid durfde spreken tegen brute macht. Mwana Chui, een jonge man in Congo, onlangs heilig verklaard. Een douanebeambte die werd vermoord omdat hij gepassioneerd door het evangelie zich niet liet omkopen.

Dat brengt ons als vanzelf bij de vraag: waarvoor brandt ons hart vanbinnen? Waar loop ik zelf warm voor?

Volgelingen van Jezus – wij dus - zijn geen fatalisten, die zich neerleggen bij hun situatie en bovenal streven naar sereniteit en vrede. Ze zijn ook geen reactionairen die de huidige situatie rechtvaardigen, maar ze werken moedig samen met anderen in een creatieve geest aan een betere wereld. En al evenmin zijn ze rebellen die, gedreven door bitterheid, alles vernietigen om zich te plaatsen in de plaats van degenen die ze hebben neergehaald.

Wie door Jezus is gegrepen, leeft en handelt, bewogen door het verlangen en de passie om mee te werken aan een diepgaande verandering. Het is een revolutie, maar dan een revolutie van het hart. Geen staatsgreep, geen regeringswisseling of demonstatief geweld, maar een zoektocht naar een rechtvaardige samenleving.

We hebben een revolutie nodig die diepgaander is dan een economische revolutie – een revolutie die het hart/geweten van mensen en naties verandert. Een hartoperatie dus. Het hart van steen en polarisatie vervangen door een hart van vlees, luisterbereidheid, saamhorigheid. Zoals de oude profeten al verkondigden. Liefde. Het vuur van de heiige Geest.

Maar, we weten het allemaal, de weg naar binnen is de langste weg. Het is de lange weg van groeiende zelfkennis, en uitzuivering. Ons spirituele hart moet gedotterd worden. En dan is vuur ook weer een mooi beeld. Want vuur zuivert, brandt onzuiverheden weg.

‘Breek het geweld in ons,
en breng ons thuis bij u’,
zo bidden we in een van de eucharistische gebeden.
'Het enige wat van christenen gevraagd wordt,
is dat ze authentiek zijn. Dat is de ware revolutie'. (E. Mounier)

Moge dat zo zijn.

Fons Eppink